DE NAAM VAN GOD

En Ik ben aan Abraham, Izak, en Jakob verschenen, als God de Almachtige; doch met Mijn Naam HEERE ben Ik hun niet bekend geweest.

(Exodus 6:3)

Eenmaal werd op de berg Horeb vanuit de hemel de Naam van God aan Mozes bekendgemaakt. In Exodus 3:14 wordt een belangrijke omschrijving van Gods Naam gegeven, en in hoofdstuk 6:3 schrijft deze grote profeet Gods Naam op: יהוה

De Hebreeuwse leestekens voor Gods Naam zijn niet in onze taal noch in enige andere taal te vertalen, omdat er een koppelwerkwoord in zit dat twee dingen tegelijkertijd uitdrukt, nl. ‘ZIJN’ (IK BEN) en ‘WORDEN’ (IK ZAL ER ZIJN).

In Exodus 3:14 sprak God tot Mozes:

IK ZAL ZIJN, DIE IK ZIJN ZAL! Ook zeide Hij: Alzo zult gij tot de kinderen Israëls zeggen: IK ZAL ZIJN heeft mij tot ulieden gezonden!

 

Best wel treffend dat De Allerhoogste Persoon Zich met een volledige zin omschrijft:

‘IK ZAL ZIJN, DIE IK ZIJN ZAL!’

De Nieuwe Bijbel Vertaling heeft:                 ‘Ik ben die er zijn zal.’

 

Volgens Strong’s Definition bestaat het grondwoord van יהוה uit het Hebreeuwse הוה (H1961), het heeft als transliteratie hâyâh en betekent: (to be, become, come to pass, exist) dus: zijn (IK BEN), worden (ZAL ER ZIJN), gebeuren, bestaan.

De Naam יהוה betekent niet alleen “ZIJN” maar ook “WORDEN”, en dat is wonderbaar!

De Persoon יהוה betekent Hij Die was, Hij Die is, en Hij Die wordt, er zal zijn. יהוה simpelweg omschrijven met ‘God is God’ is onvoldoende, omdat daarmee naar Zijn Eigen zeggen slechts een deel van Zijn Naam wordt aangegeven.

 

De Bijbelboeken van het Oude Testament (de Tenach) werden door Joodse mensen in de Hebreeuwse taal geschreven. De Septuaginta is de eerste vertaling van die Hebreeuwse Tenach in de Griekse taal. In deze Griekse vertaling wordt de Naam van God יהוה vertaald met κυριος , Hij die suprematie heeft. (Kurios, God, Heer, Koning). Maar dat duidt meer op Zijn Goddelijke positie dan op Zijn Eigen Naam.

Uiteraard is er in de westerse Bijbelvertalingen geen plaats voor de vier Hebreeuwse lettertekens, men gebruikt dan vier letters uit het Latijnse alfabet, YHWH of JHWH. In navolging van de Septuaginta wordt Kurios met “Lord” of “Heer” vertaald.

 

Vanwege groot respect voor het derde gebod, spreken religieuze Joden de Naam יהוה nooit uit. Dat deed alleen de hoge priester ééns per jaar, als hij op grote verzoendag (Jom Kipoer) het allerheiligste van de tempel binnenging.

Volgens deskundigen van de Hebreeuwse taal werden bij de transliteratie vanuit het Hebreeuws door linguïsten de klinkers “a” en “e” noodzakelijkerwijs aan het tetragram JHWH toegevoegd, omwille van uitspraak en schrijfbaarheid binnen ons vocabulaire, zo ontstond het gebruik van de naam “Jahweh”.

Ook “Jehovah” wordt dikwijls verabsoluteerd als de Naam van God, maar “Jehovah” werd rond 1278 door de katholieke monnik Raymundus Martini geïntroduceerd, in zijn werk “Pugio Fidei”.

Ik merk daarbij op dat beide namen zowel “Jahweh” als “Jehovah” niet vanuit de hemel tot ons zijn gekomen maar werden door mensen bedacht, ze staan niet in de Tenach noch in het Nieuwe Testament, en werden niet door de Heer Jezus Christus of Zijn apostelen gebruikt.

 

Het is voor de uitleggers echter onmogelijk om het met zekerheid over de uitspraak van יהוה te hebben, omdat er niet één religieuze Jood te vinden is die Gods Naam wil of kan uitspreken. Dat gebeurde in het Oude Testament dus maar ééns per jaar, als de hogepriester het heilige der heiligen (Kadosj haKadosjim) van de tempel betrad. Maar de laatste tempel waarin dat gebeurde bestaat al vele eeuwen niet meer!

Omdat God tegen Mozes zei: ‘dat is Mijn Naam eeuwiglijk, en dat is Mijn gedachtenis van geslacht tot geslacht.’, Ex.3:15, zou je dus verwachten die ‘eeuwige Naam’, behalve in het Oude Testament, ook in het Nieuwe Testament tegen te komen.       

Het is daarom des te bijzonder dat Zijn Naam, door Mozes opgeschreven als יהוה (JHWH), 6518 keer in het Oude Testament voorkomt, maar als zodanig nergens in het Nieuwe Testament.

Het eerste Bijbelboek is het boek van de wording. Toen יהוה in Genesis 1:26 de memorabele woorden sprak ‘Laat Ons mensen maken, naar Ons Beeld, als Onze gelijkenis’, gaf Hij niet alleen blijk van Zijn behoefte aan mensen, maar drukte Hij tevens Zijn expliciete bedoeling met hen uit.

Hij maakte daartoe een begin door uit het stof der aarde de mens Adam te formeren. (Gen.2:7) Doch die mens als ‘Beeld van stof’ drukte in de schepping enkel de positie van God uit, maar daarmee was hij innerlijk nog niet als Zijn ‘gelijkenis’.

De mens als Beeld van God werd door Hem op de zesde dag geschapen, maar dat יהוה een Heilig Mens als Zijn ‘gelijkenis’ kon genereren, dat gebeurde pas bij de Heer Jezus Christus.

 

Het Woord יהוה moest niet alleen het ‘Beeld’ gestalte geven (heerschappij op aarde), maar het moest in alle opzichten volbrengen waartoe Hij het had gezonden, dus ook hemelse heerschappij. De Mens volkomen in Zijn ‘gelijkenis’ is uit Gods Woord geboren, Hij is יהוה ‘geworden’ in het vlees, en die Mens is de Heer Jezus Christus. (Hebr.1:3) Hallelujah!

De facto duiden het Griekse “Theos” (God) en “Kurios” (Heer) op Dezelfde Persoon, namelijk op de Allerhoogste. Evenals de overige apostelen, heeft ook Thomas dat gezien en hij beleed dat met de woorden: ‘Mijn Heere en mijn God!’, Joh.20:28.

De profeet Zacharia had dit grote heil over het gelovige deel van Gods volk reeds voorspeld: “het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is mijn volk; en het zal zeggen: De HEERE is mijn God.” Zac.13:9

Door Zijn genade mogen wij de Heilige Naam van de HEERE kennen, want er is ons maar één Naam gegeven waardoor wij behouden kunnen worden, door Gods Eigen Naam: Jezus Christus.

 

 

 

 

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb