JEZUS CHRISTUS IS GOD
Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan degenen, die even dierbaar geloof met ons verkregen hebben, door de rechtvaardigheid van onzen God en Zaligmaker, Jezus Christus.
(2 Petrus 1:1)
De kern van het evangelie gaat over de identiteit van de Heer Jezus Christus. Hem aannemen als de Enige waarachtige God, is voor ons de weg tot behoud.
Hij is de Enige Persoon die ons van de zonde en de dood kan redden, omdat alleen Hij het eeuwige leven heeft, en Hij maakt levend, Die Hij wil, Joh.5:21.
De Heer Jezus Christus houdt eeuwig stand, niets kan Hem deren, Hij heeft de dood overwonnen, en Hij wil dat waar Hij is wij bij Hem zullen zijn, om Zijn heerlijkheid te aanschouwen, Joh.17:24.
Hoe groot is Hij, hoe Heilig Zijn Naam, hoe liefdevol Zijn handen, hoe kostelijk Zijn hulp, en hoe krachtig Zijn genade. Hallelujah!
Wij kunnen er absoluut zeker van zijn dat de Heer Jezus Christus de waarachtige God is, omdat wij dit letterlijk in de Bijbel kunnen lezen. En omdat Hij de Heilige God is, wordt Hij terecht aanbeden. Ook dat staat in uw Bijbel.
Om het grote heilsfeit Jezus is God vanuit de Schrift te onderbouwen, noem ik Bijbelteksten, die de Godheid van de Heer Jezus Christus vermelden, en vervolgens dat Jezus wordt aanbeden.
Jezus is God
● Jes 9:6 SV (9:5) Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst
● Joh 1:18 SV Niemand heeft ooit God gezien; de Eniggeboren God, Hij die in de schoot van Zijn Vader is, Hij heeft Hem geopenbaard. (Vert. Peshitta – Alle oudste manuscripten van de Bijbel; Papyrus 66/75, Codex Vaticanus, en Codex Sinaïticus, hebben ‘Eniggeboren God’)
● Joh 13:13 SV Gij heet Mij Meester en Heere; en gij zegt wel, want Ik ben het.
● Joh 20:28 SV En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God!
● Han 20:28 SV Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.
● Rom 9:5 SV Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.
● Kol 2:9 SV Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;
● 1Ti 3:16 SV En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.
● Tit 2:13 SV Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus
● Heb 1:8 SV Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter.
● 2Pe 1:1 SV Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan degenen, die even dierbaar geloof met ons verkregen hebben, door de rechtvaardigheid van onzen God en Zaligmaker, Jezus Christus
● 1Jn 5:20 SV Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.
● Op 22:6 SV En hij zeide tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig; en de Heere, de God der heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden, om Zijn dienstknechten te tonen, hetgeen haast moet geschieden.
● Op 22:16 SV Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster.
Jezus wordt aanbeden
● Mat 2:11 SV En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre.
● Mat 14:33 SV Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!
● Mat 28:9 SV En als zij heengingen, om Zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus is haar ontmoet, zeggende: Weest gegroet! En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten, en aanbaden Hem.
● Mat 28:17 SV En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden.
● Luk 24:52 SV En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.
● Joh 9:38 SV En hij zeide: Ik geloof, Heere! En hij aanbad Hem.
● Joh 20:28 SV En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God!
Als Thomas het fout had, of zich verkeerd had uitgedrukt, dan zou de Heer Jezus hem zeker terechtgewezen hebben. Maar Thomas sprak de waarheid, Jezus Christus is de Heere God, de Enige, Die van eeuwigheid bestaat.
Het is wel bijzonder dat God reeds in het Oude Testament heeft gezegd, dat Hij Zijn eer met niemand deelt: 'Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof den gesneden beelden', Jes. 42:8. Maar de Heer Jezus staat het toe dat de mensen Hem als God eren en aanbidden, hetgeen voor Joodse begrippen godslastering is! Matt.9:3-8. De feitelijke reden van die acceptatie, geeft ons de Heer Jezus in Joh.10:30:
'Ik en de Vader zijn één.'
Jezus laat elke keer toe dat Hij wordt aanbeden, en doet nooit moeite om de mensen ervan af te houden. Dat kan alleen maar verklaard worden doordat Jezus Christus werkelijk God is, want Jezus wist dat het een zeer ernstige zonde is om iemand anders dan God te aanbidden, Matt.4:10.
Jezus Christus gebruikt Zijn Naam als God
IK BEN
“En God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN. Ook zei Hij:: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden” (Ex.3:14).
Joh.8:58 SV Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, BEN IK.
De Joodse elite begreep de Heer Jezus heel goed, en dachten dat Hij God lasterde omdat Hij Zichzelf God noemde. Op deze ernstige zonde stond de doodstraf, Lev.24:16, en zij wilden Hem stenigen! Maar Jezus Christus had niet gezondigd, want Hij is echt God. Hij is de grote IK BEN in Hoogsteigen Persoon.
Jezus Christus is God de Schepper
Kol 1:16-17 SV 16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; 17 En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem.
Met "Hem" in vers 16, wordt de Heer Jezus Christus bedoeld, door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn. Wie heeft alle dingen geschapen? Volgens het eerste Bijbelvers: "In den beginne schiep God den hemel en de aarde.", Gen.1:1.
Ook staat er, 'alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen'. Letterlijk alle dingen, de ganse schepping, is er voor de Heer Jezus Christus. Dat kan volgens de apostel Paulus en ook volgens Johannes, alleen maar van God Zelf worden gezegd:
Op 4:11 SV Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen.
Tenslotte, in vers 17 merkt Paulus nog over de Heer Jezus op, 'Hij is vóór alle dingen'.
Christus is er van eeuwigheid, vóór alles en alle dingen die Hij heeft geschapen. Hijzelf is de Schepper, ongeschapen, eeuwig. De Heilige Geest en Zijn Woord zijn Eén; Eén God, één Naam, Jezus Christus.
Geen copyright, de Bijbel is Gods Woord en daarom Zijn intellectuele eigendom.
Maak jouw eigen website met JouwWeb